De raad keurt het belastingreglement op de golfterreinen goed.
Het belastingreglement op de golfterreinen vervalt op 31 december 2025
- Artikel 170 §4 van de Grondwet
- Artikel 41, tweede lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De raad is bevoegd voor het vaststellen van gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan.
- Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019 over het vaststellen van een belastingreglement op de golfterreinen voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025
Voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025 had de raad een jaarlijkse belasting op de golfterreinen vastgesteld van 500,00 euro per ha nuttige oppervlakte, bestaande op 1 januari van het belastingjaar. Het college wenst deze belasting te behouden. Het basistarief wordt geïndexeerd: 500 * 136,20 (index november 2025) / 109,46 (index november 2020) en zal vanaf nu jaarlijks worden geïndexeerd.
De inkomsten van deze belasting worden geboekt op de budgetcode GBB/0020-00/7380002/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Belastbaar feit
De raad keurt het belastingreglement op de privé-golfterreinen gelegen op het grondgebied van de gemeente goed voor de periode 2026-2031.
Artikel 2. Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van het privé-golfterrein.
Artikel 3. Belastingtarief
De belasting wordt vastgesteld op 622,15 euro per ha nuttige oppervlakte bestaande op 1 januari van het belastingjaar. Een gedeelte van een hectare wordt in dezelfde verhouding belast.
Als nuttige oppervlakte wordt beschouwd: speelveld(en), bijhorende gebouwen, toegangswegen, parkeerplaatsen en andere open ruimten.
Vanaf het aanslagjaar 2027 wordt het basisbedrag van de belasting jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen via onderstaande formule:
| basisbedrag aanslagjaar X = basisbedrag * index november jaar X-1 |
| index november 2025 |
Artikel 4. Aangifteplicht
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het belastingjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 5. Ambtshalve vestiging van de belasting
Bij gebreke van aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Artikel 6. Betaling
De belastingplichtige dient de belasting te betalen binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7. Bezwaar
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.