De raad bestendigt de huidige tarieven van de aanvullende personenbelasting en stelt het vast op 6,7%.
De gemeenteraad van 17 december 2019 heeft het percentage van de aanvullende personenbelasting gevestigd op 6,7% voor de dienstjaren 2020 tot en met 2025. Voor de periode 2026-2031 moet opnieuw het percentage worden vastgelegd.
- Artikel 170, §4 van de Grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
- Artikel 40, §3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.
- Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet-delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
- De gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019
- Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992
De raad stelt het percentage van de aanvullende belasting vast voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd van de inwoners een billijke financiële tussenkomst te vragen ter financiering van de dienstverlening aan de inwoners door het lokaal bestuur Tervuren.
Het college wenst het huidige percentage van 6,7 % te behouden.
Deze inkomsten worden gebudgetteerd op de budgetcode GBB/0020-00/7301000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die op 1 januari van het aanslagjaar in de gemeente belastbaar zijn.
Artikel 2. Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 6,7% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
Artikel 3. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen gebeuren door de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek der inkomstenbelastingen.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.