De raad bestendigt het huidig tarief van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de periode 2026 tot en met 2031 en stelt het vast op 614.
De gemeenteraad van 17 december 2019 heeft de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 614 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025. Voor de periode 2026-2031 moet opnieuw het belastingtarief worden vastgelegd.
- Artikel 41, 162 en 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
- Artikel 41, tweede lid, 14°, derde en vierde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De raad is bevoegd voor het vaststellen van de gemeentebelastingen.
- Het decreet van 30 mei 2008 inzake de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen
- Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 inzake de Vlaamse Codex Fiscaliteit
De raad stelt de opcentiemen op de onroerende voorheffing vast voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het college wenst de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing te behouden op 614.
De opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt gebudgetteerd op budgetcode GBB/0020-00/7300000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Enig artikel. De raad keurt het belastingreglement tot vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de periode 2026 tot en met 2031 goed.
Artikel 1. Belastbare grondslag en belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 614 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Artikel 2. Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelastingen gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.